mv : de bomen in bloei

1. Waarnemen.

We bekeken onze paastaken. Daarna gingen we de bomen buiten waarnemen. We bekeken de takken, de shors, hoe dik de boom was, hoe hij aanvoelde, ナ 

2. Verwerken.

We hebben de schors van de bomen gevoeld. We mochten via een blad de structuur tekenen. 

We staan stil bij de vorm ( rond ナ) , 

Bij de lijnen.. ( willekeurige lijnen in de schors. ) 

We voelen aan de boom. ( textuur.) 

We bekijken de kleuren. ( rood, groen, zwart, bruin, oranje, ナ)

We bekijken de compositie ( hoe de lijnen in de schors tegenover elkaar staan. )

3.Vormgeving.

 

We hadden graag dezelfde textuur gekregen zoals op de schors van de bomen. 

4. Beschouwen.

 

We bespreken nadien het resultaat. Wie heeft verschillende kleuren gebruikt? Welke kleuren zie je?

Zien we de verschillende lijnen en oppervlakten in ons werk?